Simon Fortuyn neemt afscheid: ‘Ik heb hier zoveel liefde ingestoken’

Na twaalf jaar en een maand neemt wethouder Simon Fortuyn afscheid van de Lansingerlandse politiek. Hij vertrekt met een lach, een traan en vooral met veel verhalen. Over de HSL, de A16, het afvalbrengstation, Bleizo, de koffiebar in het gemeentehuis en de naam Fortuyn. Maar bovenal over een bestuurder die zichzelf nog altijd ondernemer noemt en die Lansingerland in zijn hart heeft gesloten.

Op zijn laatste dag als wethouder hoeft Simon Fortuyn niet lang na te denken over de vraag hoe lang hij door het gemeentehuis heeft gelopen. “Het is vandaag 2 juli en het zal twaalf jaar en denk ik bijna een maand zijn,” zegt hij.

Daarna volgt geen keurige opsomming uit een bestuursverslag, maar een stroom aan herinneringen. Grote dossiers, kleine ingrepen, momenten van strijd, momenten van plezier en af en toe ook van pure koppigheid. Want wie Simon Fortuyn spreekt, spreekt geen bestuurder die zijn zinnen voorzichtig in bestuurlijke wol wikkelt. Hij zegt het zoals hij het ziet.

Hij begon in Lansingerland met portefeuilles als buitenruimte, dienstverlening en mobiliteit. Dossiers die vaak pas zichtbaar worden als er iets misgaat: geluidsoverlast, verkeer, afval, wegen, rotondes, bruggen en vergunningen. Precies die onderwerpen bleken hem te liggen. “Ik ben ook een beetje een knokker,” zegt hij. “Ik hou van uitdagingen.”

De strijd tegen de HSL
Een van de dossiers die hem het meest is bijgebleven, is de geluidsoverlast van de HSL. Toen Fortuyn begon, lag daar volgens hem een dik dossier waar al veel stof op zat. Bewoners hadden zich verenigd in de stichting Stop de Geluidsoverlast HSL. Fortuyn besloot dat het dossier weer moest gaan bewegen.

Hij vertelt hoe hij kort na zijn aantreden naar het ministerie belde. Niet om eindeloos te vergaderen, maar om de juiste mensen aan tafel te krijgen. Het leidde uiteindelijk tot afspraken met onder meer ProRail en Den Haag. Volgens Fortuyn kwam er uiteindelijk 37 miljoen euro beschikbaar voor maatregelen.

Hij noemt het een van zijn grootste prestaties. Maar hij wil het niet op zijn eigen conto schrijven. Steeds keert in het gesprek hetzelfde woord terug: samen. Met inwoners, ambtenaren, ProRail en de co-creatiegroep. “Ik kan wel een zetje geven en ik kan de telefoon pakken,” zegt hij. “Maar je doet het samen.”

A16: een rijksweg door een lokale gemeenschap
Niet lang daarna kwam een ander groot dossier: de A16 Rotterdam. In Lansingerland en Rotterdam was de weerstand groot. De weg mocht er volgens de bekende leus misschien wel komen, maar bewoners wilden hem niet zien, niet horen en niet ruiken.

Fortuyn noemt het achteraf een kansloze missie om de weg zelf nog tegen te houden. Het was een rijksbesluit. Maar dat betekende volgens hem niet dat de gemeente niets meer kon doen. Hij zat aan tafel met Rotterdam, Rijkswaterstaat, de provincie en andere partijen. Hij was er naar eigen zeggen bij vanaf de samenwerkingsovereenkomst tot en met de opening.

Vooral de bewoners langs de Rotte kregen het zwaar te verduren, vertelt hij. In de coronaperiode, toen iedereen thuis zat, moesten damwanden worden getrild omdat ze niet de grond in konden worden gedrukt. “Horen en zien verging,” zegt Fortuyn. Dat raakte hem.

Tegelijkertijd is juist dit dossier voor hem ook een voorbeeld van zijn manier van besturen. Niet blijven hangen in verzet als een besluit niet meer te stoppen is, maar proberen er het maximale uit te halen. Bij de A16 ging het onder meer om compensatie, de verdiepte ligging en de bescherming van het Rottemerengebied.

De man van doen
Fortuyn zegt het zelf zonder omhaal: hij is “de man van het doen”. Rapporten en lange vergaderingen zijn nooit zijn favoriete gereedschap geweest. “Als ik het woord rapport al hoorde, riep ik vaak: kijk eens in de la, daar liggen er waarschijnlijk nog zes.”

Dat komt uit zijn ondernemersachtergrond. Fortuyn was al ondernemer voordat hij bestuurder werd en zegt dat hij dat altijd is gebleven. Op je handen zitten is voor hem geen optie. Je ontwikkelt een visie, kijkt vooruit en neemt een beslissing. Ook als die verkeerd uitpakt, kun je ervan leren.

Die houding leverde resultaten op, maar soms ook spanning. Fortuyn weet dat hij stevig kon zijn. Bij de Lies Frankenweg bijvoorbeeld, waar discussie ontstond over woningbouw en groen. Hij vertelt eerlijk dat hij daar “een zekere mate van druk” heeft uitgeoefend. Het zat hem niet lekker, zegt hij, omdat hij liever vanuit het “wij” werkt. Maar loslaten kon hij het niet.

Trots op kleine dingen
Wie verwacht dat Fortuyn alleen over asfalt, miljoenen en grote projecten spreekt, vergist zich. Hij kan met hetzelfde enthousiasme vertellen over een koffiebar in het gemeentehuis.

Daar heeft hij naar eigen zeggen zes of zeven jaar voor gestreden. Niet omdat koffie bestuurlijk zo belangrijk is, maar omdat de barista’s mensen zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt die daar helemaal hun plek hebben gevonden. Ze maken cappuccino’s, doen mee en horen erbij. Dat doet hem zichtbaar goed.

Ook het afvalbrengstation komt voorbij. Wie weet nog dat inwoners vroeger bij Bosland met hun afval een trapje op moesten om een bankstel in een container te mikken? Nu staat er volgens Fortuyn een voorziening die nog tientallen jaren mee kan.

En dan zijn er de bruggetjes, de rotondes, de pleinen in Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel, het centrum van Berkel, het cultuurhuis dat eraan komt en het Annie M.G. Schmidtpark, dat mede door een chaotisch maar succesvol evenement uitgroeide tot evenementenlocatie voor Lansingerland Live en Opperdepop.

Dat is misschien wel het meest Fortuyn: groot denken, maar ondertussen plezier halen uit een kunstwerkje onder een fietspad of een koffieapparaat dat al 11.000 keer is gebruikt.

Bleizo als onaf verhaal
Niet alles is af. Dat steekt hem, al weet hij dat loslaten bij afscheid hoort.

Bosland had hij graag willen afronden. Vooral het woonwagencentrum daar noemt hij zijn grootste teleurstelling. Hij zegt vijf jaar in gesprek te zijn geweest met bewoners en met oprechte bedoelingen te hebben geprobeerd tot een menswaardige en betere inrichting te komen. Het vertrouwen kreeg hij niet voldoende. “Ik kan nog steeds het terrein op. Ik kan nog steeds een kop koffie drinken. Het zijn lieve mensen,” zegt hij. “Maar ik kan het niet aanzien dat ze zo blijven zitten.”

Ook Bleizo West had hij graag verder gebracht. Daar spreekt hij met veel vuur over. Niet als zomaar een woningbouwlocatie, maar als een nieuwe kern rond station Lansingerland-Zoetermeer, met woningen, kennis, innovatie, glastuinbouwtechnologie en verbindingen naar Rotterdam, Den Haag, Delft, Leiden en Utrecht.

Hij ziet daar meer dan stenen en euro’s. Hij ziet een kans om Lansingerland een nieuwe economische en maatschappelijke laag te geven. Een soort Brainport, maar dan gericht op technologische ontwikkelingen in de teelt. “Hier ligt mijn hart,” zegt hij. “Dit zijn dingen waar ik energie van krijg.”

Thuis betaalde mee
Achter twaalf jaar wethouderschap zit ook een thuisfront. Fortuyn spreekt daar open over. Zijn vrouw volgt de politiek wel, maar het is niet haar wereld. De avonden, de agenda’s, vakanties in drukke schoolperiodes, het steeds weer aanpassen: het drukte zwaar op het privéleven.

Zeven jaar woonde hij in Lansingerland. In coronatijd ging hij terug naar huis, naar Krimpen aan den IJssel. Daarna wilde hij niet opnieuw verhuizen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn vrouw. “Je bent er ook niet,” zegt hij. En dat is misschien de eerlijkste zin van het gesprek.

Het afscheid valt hem daarom dubbel. Hij is blij dat hij straks weer meer grip heeft op zijn eigen agenda. Tegelijkertijd doet het pijn. “Je laat wat los,” zegt hij. “Je hebt hier zoveel liefde ingestoken.”

Erfenis van Pim
Simon Fortuyn is in Lansingerland nooit alleen Simon geweest. Zeker in het begin speelde zijn achternaam mee. Hij is de jongste broer van Pim Fortuyn, de politicus die in 2002 werd vermoord en die de Nederlandse politiek blijvend veranderde.

Simon zegt dat de naam hem heeft geholpen, maar dat hij ook even heeft gevoeld hoe zwaar die kon zijn. Op Koningsdag, op de markt of gewoon tijdens het boodschappen doen werd hij aangesproken. Mensen wilden op de foto. Vaak was er nog ontroering.

Toch nam dat na verloop van tijd af. En dat was belangrijk voor hem. “Ben ik nou gewaardeerd omdat ik Fortuyn ben? Of omdat ik Simon ben?” Die vraag heeft hij zichzelf gesteld. Zijn conclusie is helder: in Lansingerland werd hij uiteindelijk gewoon Simon.

Van Pim nam hij vooral duidelijkheid mee. Niet praten met meel in de mond. Moeilijke woorden vermijden. In Jip-en-Janneketaal uitleggen wat ingewikkeld is. “Geen dubbele agenda’s,” zegt hij. “Zeggen waar het op staat.”

Wat Pim van zijn loopbaan in Lansingerland zou hebben gevonden? Simon lacht. Waarschijnlijk had hij gezegd dat hij de afslag had gemist. “Wat doe je nou in dat dorp? Het is te klein voor je.” Maar hij denkt ook dat zijn broer trots zou zijn geweest.

Bestuurder, politicus en volksvertegenwoordiger
Is Simon Fortuyn vooral bestuurder, politicus of volksvertegenwoordiger? Hij kiest niet. “Van alle drie een beetje.”

Besturen is beslissingen nemen en lef tonen. Politiek is aanvoelen waar meerderheden liggen. Volksvertegenwoordiging is de samenleving dienen. Maar bij alles houdt hij vast aan één lijn: het algemeen belang gaat boven het individuele belang.

Daarbij heeft hij weinig geduld met participatie die verwachtingen wekt die niet waargemaakt kunnen worden. Praten met bewoners vindt hij belangrijk, maar volgens Fortuyn moet een bestuurder aan de voorkant duidelijk zijn. Als iets niet kan, moet je dat zeggen. Als een besluit genomen is, moet je dat ook durven uitvoeren.

Dat is niet altijd populair. Maar Fortuyn lijkt er vrede mee te hebben. Hij heeft het niet iedereen naar de zin kunnen maken. Dat hoort erbij.

Meer respect voor gemeenten
Opvallend is dat Fortuyn zegt dat het wethouderschap hem vooral meer respect heeft gegeven voor gemeenten. Vroeger keek hij, zoals veel Nederlanders, ook weleens mopperend naar “de gemeente”. Na twaalf jaar ziet hij hoeveel werk er wordt verzet, hoeveel wettelijke taken er liggen en hoe ingewikkeld procedures kunnen zijn.

Hij roemt de ambtenaren met wie hij soms jarenlang samenwerkte. Mensen die steunpilaren werden, ook persoonlijk. Want in een organisatie wordt niet alleen gewerkt. Er is ook ziekte, verdriet, pensionering en verlies. Fortuyn wilde benaderbaar zijn. Zijn deur stond open. Kritiek mocht ook. “Ik hou van tegenspraak,” zegt hij.

Wat hij minder gaat missen, is de bestuurlijke traagheid, het omfloerste praten en het lange vergaderen. Als er een roze olifant in de kamer stond, legde Fortuyn hem liever meteen op tafel.

‘Wees trots op Lansingerland’
Aan het einde van het gesprek komt Fortuyn terug bij de inwoners. Zijn boodschap is eenvoudig: wees trots op Lansingerland.

Volgens hem wonen mensen hier in een gemeente met goede voorzieningen, dorps en landelijk, maar tegelijk dicht bij Rotterdam en Den Haag. “De parel tussen de metropolen,” noemt hij het. Hij hoopt dat inwoners ook wat meer tevreden kunnen zijn en naar elkaar blijven omzien, zeker in een tijd van polarisatie en protest.

Fortuyn verdwijnt niet uit beeld. Hij zal Lansingerland blijven volgen en af en toe terugkomen. “Maak je geen zorgen,” zegt hij.

Daarmee vertrekt een wethouder die niet altijd gemakkelijk was, niet altijd voorzichtig, maar wel herkenbaar. Een bestuurder met ondernemersbloed, een grote mond als hij die nodig vond, een groot hart voor de gemeente en een zwak voor mensen die gewoon mee willen doen.

Een lach en een traan, zei hij zelf over zijn afscheid. Dat past misschien wel het beste bij Simon Fortuyn.

Meer nieuws van de redactie van Streekomroep Zoetermeer Lansingerland vind je op onze site, radio, tv en socials!